Zelfstandigheid van Zorgteams als taai vraagstuk

BOEKBESPREKING Tijdschrift voor Begeleidingskunde 5(2)

Enkele jaren geleden verscheen Plezier beleven aan taaie vraagstukken van Hans Vermaak. De schijnbare tegenstelling in de titel intrigeerde me: plezier en taai, dat kan toch niet  samengaan? Toch voelde ik intuïtief wat de auteur hiermee bedoelde. Wat nu, als je taaiheid niet ontkent maar onderkent, en leert kennen? Vermaak houdt zich al jaren bezig met  veranderkunde en weet uit ervaring dat er in organisaties vaak sprake is van grote weerbarstigheid. Vraagstukken persisteren ondanks grote investeringen, resultaten vallen tegen ondanks vele inspanningen. Deze weerbarstigheid intrigeerde Vermaak zodanig, dat hij de complexiteit van die vraagstukken beter wilde begrijpen. Welke weerbarstigheden spelen een rol en welke werkingsmechanismen kunnen toch blijvende verandering bewerkstelligen? In een persoonlijk samenspel van onderzoeken, veranderen en professionaliseren heeft hij gezocht naar een antwoord op deze vragen. Hij deed dat toen hij, in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken, gedurende zes jaar werkte aan dertig verandertrajecten op het terrein van ontwikkelingssamenwerking bij verschillende ambassades. Zijn bevindingen, gerelateerd aan en uitgebreid onderbouwd vanuit de literatuur, kwamen terecht in dit boek.

De hiërarchie voorbij

TIEN WETMATIGHEDEN OVER ZELFSTURING Tijdschrift voor Begeleidingskunde, 6(1)

Met de sterk toegenomen invloed van regel- en controlesystemen in organisaties, is ook de roep om zelfsturing krachtiger geworden. In dit artikel wordt de verschuivende verhouding tussen professionele zelfsturing en hiërarchische controle verkend en wordt de vraag beantwoord welke rol de begeleidingskundige kan vervullen in deze spanningsvolle ontwikkeling in bedrijven en instellingen. In een gedachtewisseling tussen de auteurs worden tien wetmatigheden gepresenteerd die verhelderen dat hiërarchie als zelfsturing tegelijkertijd bestaan in een onderlinge vervlechting. Bij zelfsturing gaat het daarbij niet alleen om individuele beslissingsruimte, maar juist om het zoeken naar horizontale en verticale afstemming en verbinding, in een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dit geheel kan beschouwd worden als een permanent collectief leerproces, waarbij de begeleidingskundige een essentiële faciliterende rol te vervullen heeft.